Vriendinnendag met workshop en sauna. We praten over ons lichaam en hoe we daar te weinig naar luisteren. Hoe we ons lichaam negeren. Hoe we ons lichaam veroordelen.

Heel wat van de vrouwen die aanwezig zijn, zijn al bij mij in coaching (geweest), individueel of online. En allemaal brengen ze – binnen de kortste keren – hetzelfde onderwerp aan: hun moeder.

Iedereen geeft ook aan dat de relatie met hun moeder verbetert is sinds ze bij mij aan de slag zijn. Hun moeder zelf is ook – positief – geëvolueerd. Verbazingwekkend zelfs vaak.
Het stemt me dankbaar. Ik heb niet alleen impact op  de vrouw op mijn sofa of in mijn workshop, maar ook op hun gezin en hun gezin van herkomst. ‘The Ripple’ die ik zo graag veroorzaak.

Waarom ‘de moeder’?

Ik vraag mij natuurlijk vraag af waarom de vrouwen van mijn generatie – en vele generaties ervoor  en erna – het zo moeilijk hebben met hun moeder. Hoe komt het dat zij voortdurend in conflict zijn met hun moeder, zich onbegrepen voelen door hun moeder en net van hun moeder het meeste kritiek krijgen.
Want daar komt het op neer. De moederfiguur is alom aanwezig in elke stap die deze vrouwen zetten. Fysiek en psychologisch is die invloed vaak onvermijdelijk. De loyaliteit van kinderen tegenover hun ouders is één van de kernwaarden van onze cultuur, aangemoedigd door onze religies.
En zelfs al is ‘moeder’ niet fysiek aanwezig, hangt ze niet aan whatsapp of mail, dan zit ze in hun hoofd. Bij heel wat vrouwen is dat een ‘never ending’ situatie.

‘Moeder en haar kritiek zijn er altijd. Ze is er altijd bij. Ze is mee op mijn werk en heeft commentaar op mijn collega’s. Ze bepaalt wat en hoe ik praat tegen mijn partner. En er is die eindeloze kritiek op mij: hoe ik met mijn kinderen omga, hoe ik mijn huishouden run, welke kleren ik draag en wat ik tolereer en toelaat in bed.’

Concurrentie onder vrouwen

Vrouwen gedragen zich enorm als concurrenten van elkaar. Daar hebben we een goeie reden voor. Toen we landbouwer werden, ontstond er een hiërarchie onder vrouwen. De ‘Vrouw des Huizes’ mocht de meeste voordelen genieten: seks met de man des huizes, hoofd van het huishouden, er werd naar naar geluisterd.
De jongere generatie vrouwen had duidelijke taken: hulp in het huishouden, werken op het land, zorgen voor de kinderen.
De ‘Vrouw deze huizes’ was een status die je verdiende na een leven lang zelf werken. Zo gauw je dochters kreeg kon  je die inzetten om jouw eigen taken als vrouw te verlichten.

De grootste concurrenten in je leven waren dus je zussen en je moeder. Diegene die het meest in gratie lag bij de vader kreeg waarschijnlijk het meeste erkenning. Voor de ‘Vrouw des huizes’ geuit in seks. Voor de kinderen geuit in voldoende eten, tolerantie voor het ontlopen van de verplichtingen. En laten we niet flauw doen, ook bij de dochters werd die appreciatie al eens geuit in seks – al dan niet met toestemming. Met je moeder concurreerde je voor de taken, het eten, de aandacht, … Met je zussen concurreerde je om seks – al dan niet – te ontlopen. Vrouwen genoten weinig bescherming tot ze een man tegen kwamen die hen als ‘Vrouw des huizes’ koos. Die bescherming zochten ze dus al zeker niet bij elkaar …

Niet onze natuurlijke staat van zijn

Vanuit onze natuur zijn vrouwen nochtans geen concurrenten. Als we kijken naar onze biologische voorbeelden – de primaten – dan zien we dat de groep meestal georganiseerd is rond de moeder-kind-eenheid die er altijd wel aanwezig is. De moeder – in eenheid met haar kind – is van levensbelang voor de overleving van de groep.
Op die manier waren ook stammen van jager-verzamelaars georganiseerd.
Vrouw-met-kind werd beschermd, ondersteund. Er werd voedsel aangebracht door de andere vrouwen, de man(nen) hielden de stoorzenders op afstand: pubers, ongedierte, bedreiging, …

‘It takes a village to raise a child’

Deze waarheid als een koe  heeft de afgelopen eeuwen ons verblind van de essentie. We gaan er – te vaak – vanuit dat bij de primaire zorg voor de baby de mama perfect vervangbaar is door ‘the village’. Uiteraard speelt de gemeenschap een belangrijke rol. Maar waarom willen we perse een moeder vervangen in de zorg van de baby.

We zijn daarmee begonnen in onze prille landbouwerstijd. Door een falend borstvoedingsbeleid – moeders moesten mee gaan werken op het veld – kregen vrouwen teveel kinderen op te korte tijd. Gezinnen van 12-13 kinderen zijn vanuit biologisch standpunt niet normaal.
Wanneer een moeder haar kind ten volle mag (op)voeden vooraleer ze terug zwanger wordt, zal ze maar om de 3à4 jaar een kind baren. Dan moet je al hard je best  doen om 12 kinderen op de wereld te zetten. Een moeder die dus op 20 jaar tijd een kroost van meer dan 10 op de wereld zet, raakt uitgeput en heeft hulp nodig. Hulp die ze krijgt van haar (puber)dochters. En zo wordt er een hiërarchie geboren met als gevolg een vicieuze cirkel. Want een baby die door zijn zus wordt (op)gevoed krijgt geen borstvoeding. En moeder wordt dus snel weer zwanger.

Te snel gescheiden

Kinderen die te snel – fysiek – gescheiden worden van hun moeder hebben op latere leeftijd meer psychologische en lichamelijke problemen. Eigenlijk weten we dit al maar we ontkennen het liever nog wat.  Of denk je dat het toevallig is dat we vandaag de dag met een burn-out epidemie kampen.
De volwassenen van vandaag zijn – stuk voor stuk – te snel van hun moeder gescheiden geweest na de bevalling. De opkomst van kunstvoeding, maar ook de harde King-methode waarbij de baby gevoed werd volgens een vast schema en tussendoor mocht huilen tot zijn/haar volgende fles, zorgde voor een generatie volwassenen die het moeilijk hebben met het reguleren van hun emoties en het aangeven van grenzen. De loyaliteit die geïnstalleerd werd was niet gebaseerd op natuurlijke hechting maar is afgedwongen, vaak zelfs afgedreigde en zorgde voor een inherent gevoel van eenzaamheid, tekort en minderwaardigheid. 

De volwassenen van vandaag hebben niet geleerd geliefd te zijn omwille van wie ze zijn, maar werden gedwongen zich geliefd te maken door wat ze doen in het leven. Ons werk, ons huis, onze auto, onze hobby’s, onze sociale status, onze kinderen hun prestaties zijn belangrijker geworden dan wie we zijn en wat we voelen.

Velen voelen dat deze indoctrinatie niet klopt en zouden graag anders leven. Ze doen dat vaak ook na een burn-out of een midlife crisis. Spijtig dat hun leven dan vaak al half voorbij is.

Bescherming van moeder

Door de moeder-kind-eenheid als uitgangspunt te nemen, beschermen we kind én moeder. Een moeder die bezig is met het voeden van haar baby wordt gedwongen tot meer rust. En kan dus volledig herstellen van haar zwangerschap en bevalling.
Ook de moeder heeft er dus alle baat bij dat de ze bij haar kind mag blijven.

Afgelopen decennia zijn we vooral bezig geweest met vrouwen van bij hun kinderen weg te krijgen door meer aanzien te geven aan werk en buitenhuizige activiteiten. ‘De haard’ heeft een negatieve bijklank gekregen: minderwaardig, niet betaald, lui, te gemakkelijk, …
In onze race naar de emancipatie van de vrouw heeft de vrouw allang haar positie van ‘Vrouw des Huizes’ kwijt gespeeld. Maar evengoed haar status van ‘middelpunt van de stam’. Dit zorgt voor een algemeen gevoel van verscheurdheid, onrust en nutteloosheid.
Vrouwen voelen zich schuldig als ze gaan werken want ze willen – vanuit biologisch standpunt – bij hun gezin zijn en hun kinderen (op)voeden. Vrouwen voelen zich schuldig als ze niet gaan werken want dan hebben ze het gevoel dat ze de strijd van hun (groot)moeder verloochenen. Vooral dit laatste wordt hen aan gepraat door een maatschappij die hen liever aan het werk ziet dan thuis aan het stamvuur.

Alle vrouwen aan de haard?

Ik ben zelf geen huishoud-wonder. Dus ik ben de laatste die vrouwen gaat dwingen tot ‘moedertje spelen’. Ik heb vandaag een onderneming en zet mijn buitenhuizige talenten volop in. Maar na de geboorte van mijn kinderen maakte ik telkens wel de bewuste keuze om hen borstvoeding te geven, veel te dragen en samen te slapen. En slechts traag terug aan het werk te gaan. Een keuze waar ik vandaag nog altijd vrouwen toe aanmoedig. Niet alleen voor hun kind maar ook – en vooral – voor zichzelf.

Op 9 of 15 weken kan je niet volledig hersteld zijn van je bevalling. En jouw kind achterlaten bij iemand anders, overlaten aan de zorg voor anderen zorgt voor gevoelens van onrust, stress en rouw. Je cyclus komt bovendien te snel terug op gang waardoor je kans op een nieuwe zwangerschap – nog voor je helemaal hersteld bent – stijgt. Eis daarom dat je maximaal ondersteund wordt. Vraag je hulpbronnen om voor jou  te zorgen zodat jij voor je kind kan zorgen. Iedereen staat te springen om dat eerste flesje te geven. FOUT! Iedereen zou moeten staan springen om eten te koken, het huis te kuisen, de was te doen en boodschappen te halen.

De huidige generatie vrouwen stelt het moederschap lang uit maar wil dan wel een inhaalbeweging presteren. Ze krijgen te snel op elkaar hun kinderen en kunnen daardoor tussen hun zwangerschappen en bevallingen door te weinig herstellen. Dit veroorzaakt een lichamelijk deficiet. Niet verwonderlijk dat juist vrouwen meer risico lopen op burn-out. Zij – of voor hen de maatschappij – maken keuzes die hun gezondheid ondermijnen vanaf het begin dat ze moeder zijn.

Maar we hebben geen andere keuze …

Als je midden in de ratrace loopt, zie je weinig andere opties. Het tweeverdienersinkomen zorgt voor financiële zekerheid, een luxueus dak boven je hoofd en heel wat gemak in je leven. Een prijs die – bijna uitsluitend – door vrouwen betaald wordt.
Wat je denkt nodig te hebben om gelukkig te zijn is vaak maar ter compensatie van de essentie van je leven en geluk: vertragen en verbinding zijn duurzamer dan de ratrace.
Uit de ratrace stappen, andere keuzes maken als moeder, koppel, gezin, … vraagt moed. De supporters worden schaarser maar authentieker.

Uiteindelijk heb je altijd een keuze. Kiezen om te blijven in de situatie zoals ze nu is, is ook een keuze.
Wat kies jij?

Leer mij beter kennen op:

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *