Afgelopen dagen werd ik sterk getriggerd om mijn waarheid te voelen rond een aantal genderissues. De verhouding man/vrouw in onze maatschappij. Mannen en vrouwen lijken – seksueel – meer op elkaar dan ze verschillen. Mensen gaan staan voor hun man vrouw-identiteit. Mannen en vrouwen willen af van het ‘vakjes en hokjes-denken’.

Social media triggerde en ik startte zelf ook enkel discussies rond het onderwerp. Vooral om te kijken wat er leeft.

Wat ik merkte …

We worstelen heel erg met onderwerpen genderneutraliteit/gelijkheid, feminisme, gelijkheid en gelijkwaardigheid.
En veel van die worstelingen gaan vooral over het feit dat we allereerst voor onszelf duidelijk moeten krijgen wat deze begrippen betekenen.
Vervolgens is het een uitdaging om die begrippen zodanig te omschrijven dat ze ook nog passen in onze eigen persoonlijke waarheid en levensomstandigheden.

Zo zag ik tweemaal het begrip genderneutraal voorbij komen. De moeders in de moedergroep hadden het over genderneutrale kleding. De meisjeskleding is eigenlijk tegenwoordig te roos, blinbling en frungelfrungle om stevig mee te kunnen spelen. Ze zijn dus aangewezen op de – beperktere – jongensafdeling om stevige broeken en schoenen te vinden.
CAVARIA – die werken rond LBGT gemeenschap – kondigde aan dat vanaf nu hun medewerkers in hun e-mail handtekening gaan aangeven of ze als vrouw/man/neutraal willen aangesproken worden. En dan blijkt dat Vlaams niet zo een genderneutrale taal is.

Beiden bovenstaande topics gaan op z’n minst de lezer triggeren om na te denken over wat ‘genderneutraal’ wil zeggen. En hen ook uitdagen om voor zichzelf hierover een visie te vormen.

Wat ik ook merkte …

Zelf startte ik een topic rond (modern) feminisme. Zelf ben ik voorstander van gelijkwaardigheid boven gelijkheid. Nu heb ik heel vaak het gevoel dat men mannen en vrouwen gelijk wil behandelen, met gelijke rechten en plichten. En voor heel wat issues is dat logisch. Ik moet niet meer of minder betalen voor een auto bijvoorbeeld. Maar een alleenstaande moeder heeft in theorie wel gelijke rechten op de woningmarkt, maar zal wel moeilijker een woning vinden. En dan is er bescherming van de gelijkwaardigheid nodig.
Mijn gevoel zegt mij ook dat vrouwen de laatste decennia heel vaak aan het proberen zijn om gelijk te zijn aan mannen en dat ook te bewijzen. vooral omdat we het gevoel hebben dat dit de weg is naar meer gelijkwaardigheid. Als we eerst tonen dat wij dat ook kunnen, mogen we ook iets in de pap te brokken hebben.
Vrouwen verdienen ondertussen hetzelfde uurloon als mannen. En ze mogen ook hetzelfde maandloon verdienen als mannen als ze op dezelfde manier werken als mannen. Maar er zijn nog heel wat factoren waardoor vrouwen op hun loonbriefje  (en vooral later hun pensioenbriefje) veel minder hebben staan dan hun mannelijke collega’s.

Gelijkheid alleen garanderen is dus een eerste stap maar is niet voldoende omdat vrouwen (en mannen) genderspecifieke leefomstandigheden hebben. Vrouwen baren nu eenmaal kinderen en brengen ze groot. Zeker bij kleine kinderen is hun aandeel in de opvoeding nog duidelijk groter dan mannen. Naarmate de kinderen ouder worden, nemen uiteraard mannen meer en meer hun rol over. Maar vrouwen hinken dan al vaak zodanig achterop op de arbeidsmarkt dat binnen het gezin beslist wordt dat de vrouw parttime gaat werken omdat de man het grootste loon verdient.

Discussie zonder nuance …

Het is heel moeilijk om de discussie over gelijkheid en gelijkwaardigheid tussen mannen en vrouwen ‘genderneutraal’ te voeren. Hoewel we weinig van elkaar verschillen, kunnen we soms net niet rond die verschillen heen. Al snel verzand je dan in een man/vrouw discussie.

Zo ontstond de discussie of een moeder vervangbaar is als primaire verzorger van een baby.
Het antwoord daarop is JA. We hebben genoeg alternatieven om dit goed te kunnen doen.

Maar het blijven – in mijn inziens – alternatieven. En die alternatieven worden in onze maatschappij vaak als gelijkwaardig ingezet maar zijn ze dat ook? Vaak hebben we daar weinig informatie over. Meer nog: heel wat alternatieven zijn ondertussen de nieuwe norm geworden. De eerste – biologische – keuze wordt eerder één van de alternatieven.

We zien dat in heel wat discussies: borstvoeding-kunstvoeding, glijmiddel vs trager vrijen, thuisblijfmoeder- kinderopvang, mannentaken vs vrouwentaken, …
We kennen vaak alleen de huidige maatschappelijke realiteit. Onze biologie wordt tweede keuze.

Biologie als eerste keuze …

Ik geloof heel erg in het beschermen van de moeder-kind-eenheid. Biologisch is dit de eerste keuze. Kind komt uit moeder, kruipt om haar buik en kruipt – zelfstandig – naar haar borsten. Ik geloof er erg in dat het van cruciaal belang is dat moeder en kind niet gescheiden worden voor de eerste maanden.

De stam (maatschappij) organiseert zich rond de moeder-kind-eenheid met verzorgers en beschermers. Vanuit biologisch standpunt zullen de verzorgers eerder vrouwen zijn en de beschermer eerder mannen. Maar in onze moderne maatschappij mag dat wat mij betreft zeker ‘genderneutraal’ zijn. Door de structuur van onze huidige maatschappij denk ik ook dat sommige zorgrollen beter door mannen kunnen gebeuren en sommige beschermrollen misschien beter door vrouwen.

Wanneer de moeder niet voor haar kind kan zorgen moet uiteraard – voor het welzijn van het kind – zo snel mogelijk een tweede of nieuwe primaire verzorger gevonden worden voor het kind. In onze maatschappij is dat – standaard – de vader of mee-moeder omdat dit juridisch zo geregeld is. Vanuit de biologie is dit een andere moeder die ook in staat is om borstvoeding te geven en een nieuwe moeder-kind-eenheid te vormen.
Ik geef telkens het biologisch alternatief omdat wij vandaag vaak niet denken aan dat biologisch alternatief. Wij staan zo ver van onze natuur dat we daarin vaak voorbij gaan aan wat de natuur als meest evidente oplossing heeft voorzien.

Ja, er bestaat een modern alternatief voor borstvoeding. We mogen dankbaar zijn dat er zo kwaliteitsvolle kunstvoeding bestaat voor onze contreien. (In ontwikkelingslanden werkt dit alternatief al niet omwille van de beperkte drinkwate-voorraad) Hiermee worden kinderlevens gered. In onze moderne realiteit zien we dat de omgeving van de vrouw echter al snel aangeeft het leuk vinden om een flesje te geven. En voor de rest nemen ze weinig/geen zorg op zich.

Ja, ook de vader kan het kind verzorgen, dragen, liefde en aandacht geven. En ik wil mannen hun capaciteiten hieromtrent helemaal niet in vraag stellen. Maar zij verzaken hierbij vaak aan hun primaire rol, namelijk die van beschermer. Hij zorgt beter voor moeder zodat die alle kansen krijgt om voor de baby te zorgen. Hij hoeft dus zeker niet werkloos toe te kijken.

Ja, een kind kan naar de kinderopvang gaan zodat de moeder kan gaan werken.
Ja, heel wat moeders hebben het moeilijk met het – ietwat saaie en geïsoleerde – moederleven en kijk ernaar uit om terug te gaan werken. Wat ze echter – biologisch – vaak nodig hebben is een netwerk, een babbel met een volwassene, een tribe van gelijkgestemden die hun opvoeding mee ondersteunen in plaats van het bekritiseren en hun baby uit handen nemen.

Bovenstaande zal waarschijnlijk de reactie uitlokken: “maar iedereen heeft hierin de vrije keuze. Je moet doen waar je je goed bij voelt”. En daar ben ik helemaal mee akkoord. Maar die vrije keuze kan je alleen maar maken wanneer je voldoende geïnformeerd bent (en dus het normale biologische alternatief kent) en wanneer je keuze niet beïnvloed wordt door economische en omgevingsfactoren.

Wat als je de biologie negeert …

Uit wetenschappelijk onderzoeken weten we dat er een paniekreactie ontstaat bij kind én moeder wanneer die twee gescheiden worden. Dat is biologisch hele normaal. Dit zorgt ervoor dat die twee elkaar niet kwijt geraken wanneer ze vluchten voor gevaar.
We weten ook dat het voor het kind een moeilijk regulatie-proces is om die paniek weer onder controle te krijgen. Daar is heel wat onderzoek naar gedaan dat – nog te vaak – in de kast wordt gestoken. (Afgelopen week nog op de radio: ‘laat ze maar eens goed huilen, daar worden ze groot van’)

Wetenschappelijk onderzoek toont aan dat de paniek van de moeder er ook is maar sneller gereguleerd en gekalmeerd geraakt. Ook dit is te verklaren: haar omgeving sust haar met hun ervaringen. In onze moderne maatschappij zijn volgende conversatie heel normaal:
‘Ze worden daar groot en sterk van’
‘Kijk maar naar mijn kinderen, die doen het toch ook goed’
‘Ge moet op tijd aan uzelf denken’
‘Ge zijt geen melkkoe, ge hebt ook nog een sociaal leven’
‘Uw man kan dat ook, laat hem maar wat afzien’

Moeders negeren daardoor vaak hun oergevoel, hun biologisch gevoel en laten hun kinderen sneller dan ze er zelf klaar voor zijn hun kinderen – gedwongen – los.

Er bestaat echter geen wetenschappelijk onderzoek over wat dit op korte en lange termijn betekent voor het moederlichaam.
Hoe interpreteert een pasbevallen lichaam het niet opstarten van borstvoeding bijvoorbeeld. Het is niet zo vreemd aan te nemen dat het lichaam dit interpreteert als ‘de baby is er niet meer, het was een doodgeboorte’. Het moederlichaam gaat dan in diepe rouw … Het werd immers 9 maanden voorbereid op minstens 2 à 3 jaar borstvoeding geven.
Het was voorbereid op 2 à 3 jaar onvruchtbaarheid. Het had gehoopt op minstens 9 maanden herstel van zwangerschap en bevalling.

En nu wordt het verplicht – alleen al omdat het mogelijk is – om na 15 weken alweer te gaan werken, de baby achter te laten bij vreemden en de borstvoeding af te bouwen.
Iemand die zich kan voorstellen wat dit betekent op lange termijn?
Iemand die zich vragen stelt over de gezondheidsproblemen dat dit veroorzaakt op korte en langer termijn? Vrouwen hebben meer klachten van burn-out, uitputting, CVS, Fibromyalgie, … Wat is daarin de bijdrage van een te snelle heropstart van het ‘normale’ leven?

De postpartum vrouw beschermen …

Ik pleit daarom voor meer gelijkwaardigheid eerder dan gelijkheid tussen mannen en vrouwen. We vragen teveel van pasbevallen moeders. En we mogen dat ‘pasbevallen’ veel ruimer nemen dan 15 weken.

Ik pleit voor meer bescherming voor de postpartum vrouw. Omdat ik ervan overtuigd ben dat we hiermee winnen in gezondheid en welzijn. Als ik in mijn praktijk vraag: ‘Wanneer zijn jullie relatie/seksualiteitsproblemen begonnen?’ Dan antwoordt 9/10: ‘Na de geboorte van de oudste’. 

Ik zie elke dag de gevolgen van zwangerschap en bevalling bij vrouwen: uitputting, lichamelijke pijnen en kwalen.
Ze hebben niet geluisterd naar hun lichaam na de bevalling en hebben het te snel als ‘hersteld’ beschouwd. Ze hebben daarom te snel de draad weer opgepakt van hun vrouwenrollen: huishouden, werken, vrijwilligerswerk, hobby’s, … en vooral seks.

Bescherming van de postpartum vrouw installeer je niet met gelijkheid, met gelijke rechten en plichten. Want dit creëert teveel druk om hun oude leven weer op te nemen. Deze bescherming moet geïnstalleerd worden vanuit gelijkwaardigheid. Een kind grootbrengen, voldoende herstellen na de bevalling , … zijn investeringen in een maatschappij. Daarzonder kunnen we op langere termijn niet overleven.

Wil je meer weten over de gevolgen van onbewuste keuzes in de periode na de bevalling,
Lees dan mijn boek ‘VRIJAF – Herontdek je levenslust na een seksuele burn-out’

Leer mij beter kennen op:

0 Comments

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *