Meerderjarige man krijgt 2 jaar voorwaardelijk voor de aanranding en verkrachting van een minderjarig meisje (14).
Tijdens een restaurantbezoek in het gezelschap van mannelijke vrienden, flirt hij met de kleindochter van de restaurantuitbater. Zij bedient de groep, krijgt opmerkingen, er wordt in haar billen geknepen, ze wordt oneerbiedig aangeraakt, … Uiteindelijk volgt de man in kwestie haar naar het toilet en daar randt hij haar aan en verkracht haar.

Dat de man slechts 2 jaar cel krijgt en dan ook nog voorwaardelijk ervan wordt vrijgesteld, roept vragen op. Het staat buiten kijf dat deze straf veel te licht is. Als maatschappij geven we hier – bij oordeel van de rechter – onvoldoende het signaal dat we dit ernstig nemen.

Maar er is meer …

Wat mij nog meer zorgen baart is dat de andere aanwezigen in het restaurant vrijuit gaat. Niemand heeft een opmerking gemaakt toen het meisje tijdens haar werk al werd aangerand in haar eerbaarheid. Niemand maakte de man er attent op dat hij al grenzen overschreed door zijn ongepast flirten en handtastelijkheden. Ook de andere restaurantgangers en de grootouders van het meisje hebben de man – en bij uitbreiding zijn medetafelgenoten – aangesproken op hun gedrag.
Wij vinden het ‘normaal’ dat een volwassen man flirt met een 14 jarige. We merken niet op of het meisje zich daar ongemakkelijk bij voelt.

Durf jij je mond open trekken?

Ja maar die zullen niks gemerkt hebben …

Dan is de vraag waarom merken we het niet op? Omdat het slachtoffer niet gemeld heeft dat haar grenzen werden overschreden?
Omdat we het normaal vinden misschien?
Wanneer iemand misbruikt, aangerand, verkracht of mishandeld wordt, trekken we hun verhaal heel vaak in twijfel. We minimaliseren het verhaal en de feiten. We gaan er al – vooraf – van uit dat het slachtoffer overdrijft. Waarom is dat?

Handelingen vs machtsmisbruik

Wanneer een verhaal over verkrachting, misbruik of mishandeling naar buiten komt, zijn er altijd twee krachten die spelen. En elk stuk voedt een kamp: het kamp van de believers vs het kamp van de non-believers.

Neem bijvoorbeeld het hele verhaal rond Michael Jackson.
De slachtoffers beschrijven uitgebreid en gedetailleerd wat hen is overkomen. De non-believers gebruiken deze verhalen en details vaak om hun ongeloof te staven: overdreven, ‘dat doet toch niemand’, het zal wel ingebeeld zijn. Ze leggen de schuld bij de ouders en minimaliseren wat er gebeurt is omdat ze het zich niet kunnen voorstellen.
De non-believers zijn meestal mensen die zelf nooit of weinig slachtoffer zijn geweest. Ze kunnen zicht – met de beste wil van de wereld – niet voorstellen dat iemand dat zou doen. Het slachtoffer moet dit wel verzinnen of overdrijft.
Doordat ze zelf geen ervaring hebben met zulke situaties kijken ze alleen naar de handelingen die hen shockeren. En die zijn – vaak –  te expliciet omschreven of te erg om geloofwaardig over te komen.

Toch zijn er naast die non-believers ook believers. Zij herkennen vaak subtiele elementen in de getuigenissen. Ze kijken voorbij de beschadigende handelingen die er gebeurd zijn maar herkennen vaak wel het – subtiel – machtsmisbruik dat er rond de handelingen hangt en dat de handelingen mogelijk maakt. Een kleine uitspraak of zin is vaak voldoende om hen te triggeren in de herinnering van wat ze zelf hebben meegemaakt.

Believers en non-believers kunnen elkaar dan proberen overtuigen, maar dat zal alleen maar leiden tot meer onbegrip en verwijdering omdat ze allebei andere argumenten aanhalen die de andere niet kent of gezien heeft.

Verder kijken

Het is dus nodig dat we leren om verder te kijken dan onze neus lang is. Om terug te gaan naar het eerste verhaal: waren er getuigen die bevestigen dat de man al eerder op de avond grensoverschrijdend gedrag stelde? En zo ja, kunnen we hun getuigenis als bezwarend argument mee opnemen in de bewijslast. Dan zou de man sowieso een zwaardere straf gekregen hebben.

Wij zijn dus allemaal mede-verantwoordelijk. Net zoals bij pesten de omstaanders het pestgedrag mee in stand houden door te zwijgen en mee te lopen of te gaan lopen, zo zijn we allemaal mee verantwoordelijk voor grensoverschrijdend gedrag. Van mannen tegenover vrouwen, van volwassenen tegenover kinderen, van mens tot mens, …
En net zoals ik eerder al schreef in deze blog: zolang wij anderen hun kleine noodsignalen weglachen en minimaliseren, zolang houden we dit gedrag mee in stand.

Zet jij mee de eerste stap?

Leer mij beter kennen op:

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *